Ga naar inhoud

Vitamine C in voeding: waar zit het in?

Gepubliceerd · Automatisch bron-gecontroleerd · Door Tigoo redaktionSupplements

Kort antwoord

De beschikbare studies onderzoeken verbanden tussen vitamine C-inname en specifieke uitkomsten, maar geven geen overzicht van vitamine C-rijke voedingsmiddelen of aanbevolen dagelijkse hoeveelheden. De resultaten beschrijven verbanden binnen onderzochte groepen en stellen geen oorzaak-gevolgrelatie vast.

Korte feiten

  • EPIC-Norfolk onderzocht vitamine C-inname en lichamelijke prestaties bij ruim 5.000 volwassenen.
  • Bij vrouwen werden voor sommige innamegroepen verbanden met loopsnelheid of de stoeltest gevonden; bij mannen niet.
  • De TEDDY-studie volgde 8.478 kinderen en vond geen consistent verband met de onderzochte uitkomsten.
  • Geen van de studies geeft een lijst met voedingsmiddelen of een dagelijkse aanbeveling.
Vitamine C in voeding: waar zit het in?

Vitamine C uit voeding: de kern

Vitamine C uit voeding is het onderwerp van deze pagina: vitamine C die via voedingsmiddelen wordt opgenomen. De beschikbare bronnen geven hier geen algemene voedingsinformatie over, zoals welke voedingsmiddelen vitamine C bevatten, hoeveel vitamine C daarin zit of hoeveel iemand dagelijks nodig heeft. Daarom worden zulke voorbeelden en hoeveelheden hier niet ingevuld.

Een studie uit 2026 onderzocht vitamine C in voeding bij ruim 5.000 deelnemers van 48 tot 92 jaar uit het EPIC-Norfolk-cohort. De onderzoekers bekeken de samenhang tussen de gerapporteerde inname van vitamine C en twee metingen van fysieke prestaties: loopsnelheid en de tijd die nodig was om vijf keer op te staan uit een stoel. De studie was cross-sectioneel: de metingen werden gebruikt om verbanden te onderzoeken, niet om vast te stellen wat de oorzaak was. De studie in het EPIC-Norfolk-cohort

De uitkomsten voor vitamine C-inname verschilden tussen vrouwen en mannen. Bij vrouwen waren bepaalde groepen met een hogere gerapporteerde inname, vergeleken met de laagste groep, sneller bij de looptest of hadden zij een kortere tijd bij de stoeltest. Bij mannen werden voor de voedingsinname geen verbanden met deze metingen gevonden. Dit zijn bevindingen binnen deze specifieke onderzoeksgroep; ze tonen geen oorzaak-gevolgrelatie aan en geven geen algemene voedingsrichtlijn. De resultaten van de EPIC-Norfolk-studie

Een tweede studie, gepubliceerd in 2026, onderzocht de inname van vitamine C bij 8.478 kinderen die deelnamen aan de TEDDY-studie. De onderzoekers volgden de deelnemers en onderzochten mogelijke verbanden met eilandjesauto-immuniteit en diabetes type 1. De conclusie was dat de inname van vitamine C niet consistent samenhing met eilandjesauto-immuniteit of de ontwikkeling van diabetes type 1. Deze studie geeft daarmee geen basis voor een algemene uitspraak over vitamine C uit voeding buiten de onderzochte verbanden en groep. De TEDDY-studie over vitamine C-inname

De beschikbare onderzoeksbronnen beantwoorden niet welke voedingsmiddelen in het algemeen de belangrijkste bronnen van vitamine C zijn, hoeveel ervan in specifieke producten zit of wat het Voedingscentrum daarover adviseert. Op basis van deze bronnen is het daarom niet mogelijk om een voedingsmiddelenlijst, hoeveelheden per portie of een aanbevolen dagelijkse hoeveelheid te geven. De hier beschreven studies gaan over onderzochte verbanden in specifieke deelnemersgroepen; hun resultaten zijn geen voedingsadvies. EPIC-Norfolk-studie TEDDY-studie

Wat de onderzoeken naar vitamine C-inname laten zien

De analyse maakte deel uit van de TEDDY-studie (Environmental Determinants of Diabetes in the Young) en omvatte 8.478 kinderen. Hun voeding en relevante auto-antistoffen werden tijdens de kindertijd herhaaldelijk gevolgd. De onderzoekers onderzochten verbanden tussen de vitamine C-inname en het ontstaan van islet-auto-immuniteit (IA) en het verloop naar diabetes type 1. De publicatie over de TEDDY-studie beschrijft de resultaten als niet consistent.

Wat de onderzoeken naar vitamine C-inname laten zien
De analyse maakte deel uit van de TEDDY-studie (Environmental Determinants of Diabetes in the Young) en omvatte 8.

Wat werd onderzocht?

De vitamine C-inname werd gedurende de kindertijd beoordeeld met leeftijdsspecifieke methoden. Gemiddeld bedroeg de inname 60,7 mg per 1.000 kilocalorieën, met een standaarddeviatie van 38,8. In totaal ontwikkelden 777 kinderen islet-auto-immuniteit. Bij 292 kinderen was IAA de eerste auto-antistof en bij 337 was dat GADA. Van de kinderen met IA ontwikkelden er 319, oftewel 41,0%, later diabetes type 1. Dit zijn uitkomsten binnen de onderzochte groep; ze zeggen op zichzelf niet wat vitamine C-inname bij een individueel kind betekent. De TEDDY-publicatie rapporteert deze aantallen en kenmerken.

Waarom de bevindingen geen eenduidig verband laten zien

Bij een hogere vitamine C-inname werd een verband gevonden met een hoger risico op IAA-eerst-auto-immuniteit: per toename van 10 mg per 1.000 kilocalorieën was de aangepaste hazardratio 1,04, met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van 1,00 tot 1,07. Voor GADA-eerst-auto-immuniteit was het patroon anders. Zowel de laagste als de hoogste innamegroep had een hoger risico dan de middelste groep. De gerapporteerde hazardratio’s waren respectievelijk 1,65 en 1,42. Gevoeligheidsanalyses ondersteunden de hoofdanalyses en wezen op mogelijke niet-lineaire verbanden tussen vitamine C-inname en IA-uitkomsten. De studie rapporteert deze analyses en schattingen.

De uitkomsten verschilden dus afhankelijk van welke auto-antistof als eerste werd waargenomen en hoe de innamegroepen werden vergeleken. Bovendien concludeerden de onderzoekers dat vitamine C-inname niet consistent samenhing met islet-auto-immuniteit of de progressie naar diabetes type 1. De bevindingen beschrijven verbanden in een specifieke onderzochte groep kinderen en stellen geen oorzaak vast. De auteurs vatten hun conclusie samen als een niet-consistent verband.

Wat betekent dit voor vitamine C uit voeding?

Deze studie onderzocht vitamine C-inname, maar laat geen eenduidige conclusie toe over een oorzakelijk effect op de onderzochte uitkomsten. De resultaten zijn dus geen grond om op basis van vitamine C-inname uitspraken te doen over het voorkomen of veroorzaken van islet-auto-immuniteit of diabetes type 1. Ze geven evenmin een individueel advies over voeding. De kern is beperkter: in de TEDDY-studie werden enkele verbanden gezien, maar die waren niet consistent. De TEDDY-studie.

Vitamine C-inname en lichamelijke prestaties

Kan vitamine C uit voeding samenhangen met spierkracht of fysieke prestaties? Een cross-sectionele analyse van ruim 5.000 deelnemers aan de EPIC-Norfolk-studie onderzocht die vraag bij volwassenen van 48 tot 92 jaar. De onderzoekers keken zowel naar vitamine C in het bloedplasma als naar de geschatte inname via de voeding. Ze vergeleken die gegevens met metingen van handknijpkracht, loopsnelheid en de tijd voor vijf keer opstaan uit een stoel. De studie bij EPIC-Norfolk-deelnemers rapporteerde verschillende verbanden, afhankelijk van geslacht, vitamine-C-maat en prestatiemeting.

Wat werd in de studie gemeten?

De onderzoekers deelden de deelnemers in op basis van hun vitamine-C-status in plasma en hun voedingsinname. Vervolgens onderzochten ze hoe die gegevens samenhingen met drie uitkomsten: handknijpkracht, loopsnelheid en de tijd die nodig was om vijf keer op te staan uit een stoel. De analyses hielden rekening met verschillende leefstijl-, biologische, medische en voedingsfactoren. Omdat het onderzoek cross-sectioneel was, werden vitamine-C-status en prestaties op één onderzoeksbasis met elkaar vergeleken, in plaats van deelnemers over een langere periode te volgen. De beschrijving van de analyse en de onderzochte uitkomsten geeft die opzet weer.

De gevonden verbanden verschilden per uitkomst

Bij vrouwen hing een optimale plasmawaarde, vergeleken met een lage waarde, samen met een hogere handknijpkracht in verhouding tot de lengte en met snellere loopsnelheid en stoelstandtijd. De gerapporteerde verschillen waren respectievelijk +0,54 kg/m² voor handknijpkracht, +0,11 m/s voor loopsnelheid en −1,03 seconde voor de stoelstandtest. Bij mannen met een optimale plasmawaarde waren loopsnelheid en stoelstandtijd eveneens gunstiger dan bij mannen met een lage plasmawaarde: +0,05 m/s en −0,71 seconde. Voor handknijpkracht werd bij mannen geen overeenkomstig verband vermeld. De resultaten naar plasmawaarde en geslacht laten zien dat de uitkomsten niet voor elke meting hetzelfde waren.

Ook de voedingsinname liet geen uniform patroon zien. Bij vrouwen waren bepaalde middelste en hoogste groepen van voedingsinname gekoppeld aan een snellere loopsnelheid dan de laagste groep. Voor de stoelstandtest werden bij vrouwen verbanden gevonden voor de vierde en vijfde innamegroep. Bij mannen vond de studie geen verbanden tussen vitamine-C-inname via de voeding en de onderzochte prestatiemetingen. De vergelijking tussen groepen van voedingsinname onderstreept dat resultaten naar geslacht en uitkomst verschilden.

Associatie is geen oorzaak-gevolgrelatie

Deze bevindingen tonen associaties, maar bewijzen niet dat meer vitamine C in de voeding leidt tot betere spierkracht of fysieke prestaties. Een cross-sectionele studie kan niet vaststellen welke factor eerst kwam, en ook na correctie voor meerdere kenmerken blijft voorzichtigheid nodig bij de interpretatie. De onderzoekers geven zelf aan dat longitudinaal onderzoek en interventiestudies nodig zijn om de bevindingen verder te toetsen. De studie vermeldt expliciet de noodzaak van vervolgonderzoek.

Voor wie informatie zoekt over vitamine C in voeding, is dit onderzoek dus een observationele aanwijzing, geen voedingsadvies of bewijs van een effect. De resultaten verschillen tussen plasmawaarden en voedingsinname en tussen mannen en vrouwen; bovendien waren niet alle onderzochte uitkomsten met vitamine C-inname verbonden. De studie geeft op zichzelf geen basis om een hoeveelheid vitamine C aan te bevelen met het oog op spierkracht of prestaties. De gerapporteerde bevindingen en de beperkingen van de onderzoeksopzet vragen om die terughoudende conclusie.

Hoe de bevindingen moeten worden geïnterpreteerd

De twee studies onderzoeken verbanden tussen vitamine C-inname en uitkomsten, maar stellen verschillende vragen. Geen van beide is een interventiestudie waarin deelnemers willekeurig extra vitamine C uit voeding kregen. De resultaten laten daarom niet op zichzelf zien dat een hogere inname een bepaalde uitkomst veroorzaakt. Ook zijn ze geen directe basis voor een advies om de inname te verhogen.

Hoe de bevindingen moeten worden geïnterpreteerd
De twee studies onderzoeken verbanden tussen vitamine C-inname en uitkomsten, maar stellen verschillende vragen.

In de EPIC-Norfolk-studie werden gegevens van ruim 5.000 deelnemers van 48 tot 92 jaar geanalyseerd. De onderzoekers bekeken zowel de vitamine C-inname via de voeding als de vitamine C-status in plasma, in relatie tot spierkracht en fysieke prestaties. Dat onderscheid is belangrijk: een gemeten bloedwaarde en een gerapporteerde voedingsinname zijn verschillende maatstaven. Bij vrouwen waren bepaalde voedingsinnamegroepen, vergeleken met de laagste groep, geassocieerd met een snellere loopsnelheid of kortere tijd voor de stoeltest. Bij mannen werden voor voedingsinname geen verbanden gevonden. Voor de plasmawaarde rapporteerde de studie wel verbanden met bepaalde prestatiematen bij mannen en vrouwen. Omdat het onderzoek cross-sectioneel was, zijn inname, status en prestaties in deze analyse niet gebruikt om een oorzakelijk verloop vast te stellen. De auteurs noemen longitudinale en interventiestudies als nodig vervolgonderzoek. (EPIC-Norfolk-studie)

De onderzoeksvraag ging over verbanden tussen vitamine C-inname en eilandjesauto-immuniteit of type 1-diabetes. De resultaten waren niet eenduidig: hogere inname hing samen met een hogere kans op één type auto-immuniteit, terwijl voor een ander type zowel de laagste als de hoogste innamegroep een hogere kans liet zien dan de middengroep. De auteurs concludeerden dat vitamine C-inname niet consistent samenhing met auto-immuniteit of voortgang naar type 1-diabetes. Deze bevindingen beantwoorden dus niet dezelfde vraag als de EPIC-Norfolk-studie, die fysieke prestaties onderzocht. (TEDDY-studie)

  • De studies onderzochten verschillende groepen, uitkomsten en manieren om vitamine C te beoordelen; hun resultaten zijn daarom niet rechtstreeks onderling vergelijkbaar. (EPIC-Norfolk-studie; TEDDY-studie)
  • Een waargenomen verband is niet hetzelfde als bewijs dat vitamine C uit voeding de gemeten uitkomst heeft veroorzaakt. De studies ondersteunen daarom geen algemene conclusie over het effect van extra vitamine C uit voeding. (EPIC-Norfolk-studie; TEDDY-studie)

Wat de bronnen niet beantwoorden

De beschikbare studies gaan over verbanden tussen vitamine C en onderzochte uitkomsten; ze bieden geen praktisch overzicht van vitamine C in eten. Daardoor geven ze geen antwoord op welke voedingsmiddelen rijk zijn aan vitamine C, hoeveel vitamine C afzonderlijke producten bevatten of hoe die waarden kunnen worden vergeleken. Ook beschrijven ze niet hoeveel vitamine C iemand dagelijks zou moeten innemen. Wie informatie zoekt over vitamine C in voeding of een overzicht van aanbevolen innames, kan die gegevens dus niet uit deze twee bronnen halen. De EPIC-Norfolk-studie en de TEDDY-studie zijn hiervoor geen voedingswaardetabellen of richtlijnen.

De EPIC-Norfolk-studie onderzocht verbanden tussen vitamine C in de voeding en in plasma enerzijds en spierkracht en fysieke prestaties anderzijds. De analyse omvatte meer dan 5.000 deelnemers van 48 tot 92 jaar. De resultaten beschrijven associaties binnen die cohortstudie; ze geven geen lijst van voedingsmiddelen, porties of vitamine C-gehalten per product. De auteurs noemen bovendien longitudinaal en interventieonderzoek als nodig om de bevindingen te ondersteunen. De studie beantwoordt daarmee niet welke concrete voedingskeuzes passen bij een bepaalde vitamine C-inname. Bron: EPIC-Norfolk-studie.

De TEDDY-studie beschrijft vitamine C-inname bij kinderen binnen een onderzoek naar verbanden met onderzochte uitkomsten. De gerapporteerde innamegegevens en analyses zijn onderdeel van die studie; ze vormen geen algemene voedingswaardelijst of advies voor lezers. Ook deze bron geeft geen overzicht van producten met hun vitamine C-gehalte en vergelijkt geen bereidingsmethoden. Bron: TEDDY-studie.

  • Voedingsmiddelen: de bronnen geven geen onderbouwde lijst van producten die rijk zijn aan vitamine C.
  • Hoeveelheden en voedingswaarden: ze bieden geen product- of portiewaarden waarmee een lezer de vitamine C-inname uit afzonderlijke voedingsmiddelen kan berekenen.
  • Aanbevolen innames: de studies stellen geen dagelijkse aanbeveling vast.
  • Bereiding en bewaren: geen van beide bronnen vergelijkt bereidings- of bewaarmethoden of beschrijft het effect daarvan op vitamine C in voedsel.

Daarom volgt hier geen productlijst, berekening van porties of voedingsadvies. De juiste afbakening is beperkt: deze twee studies geven onderzoeksresultaten over specifieke verbanden, maar beantwoorden niet welke voeding vitamine C levert, hoeveel daarvan in een product zit of hoe eten het best kan worden bereid of bewaard. Voor die vragen zijn andere, passende voedingsbronnen nodig. EPIC-Norfolk; TEDDY.

Toegestane gezondheidsclaims over vitamine C

De beschikbare onderzoeksartikelen gaan over verbanden tussen vitamine C en bepaalde onderzoeksuitkomsten; ze geven geen officiële formuleringen of gebruiksvoorwaarden van EU-gezondheidsclaims. De resultaten van een studie zijn daarom niet hetzelfde als een toegestane claim. De EPIC-Norfolk-studie onderzocht bijvoorbeeld verbanden tussen vitamine C-status en voedingsinname enerzijds, en spierkracht en fysieke prestaties anderzijds. De auteurs benadrukken dat longitudinaal en interventieonderzoek nodig is om de bevindingen te ondersteunen. Dat onderzoek kan dus niet dienen als bron voor een officiële claimtekst of voor voorwaarden waaronder die tekst gebruikt mag worden.

De studie onderzocht meer dan 5.000 deelnemers van 48 tot 92 jaar en gebruikte gegevens uit een cohortonderzoek. Bij vrouwen hing een optimale plasma-vitamine-C-status, vergeleken met een lage status, samen met hogere handknijpkracht en snellere uitkomsten voor loopsnelheid en de stoel-opstaan-test. Bij mannen hing een optimale status samen met snellere uitkomsten voor loopsnelheid en de stoel-opstaan-test. Voor voedingsinname werden bepaalde verbanden gevonden bij vrouwen, maar niet bij mannen. De onderzoekers beschrijven dit als verbanden en vragen om aanvullend onderzoek; deze bevindingen mogen niet worden omgezet in een belofte over een gegarandeerd effect of in een andere gezondheidsclaim.

Ook de TEDDY-studie biedt geen officiële claimformuleringen. De resultaten waren niet consistent voor de onderzochte uitkomsten. De studie rapporteerde onder meer verschillende associaties afhankelijk van de uitkomst en de innamecategorie, en concludeerde dat vitamine-C-inname niet consistent samenhing met eilandjesauto-immuniteit of de ontwikkeling van type 1-diabetes. Dit zijn onderzoeksresultaten, geen algemene uitspraken over voeding en geen toegestane claimteksten.

Bij het beschrijven van gezondheidsclaims is het belangrijk de officiële formulering en de bijbehorende gebruiksvoorwaarden te kunnen controleren. De twee beschikbare artikelen behandelen onderzoeksresultaten en leveren die claiminformatie niet. Daarom kunnen ze niet onderbouwen welke exacte EU-claimformulering van toepassing is, wanneer een claim mag worden gebruikt, of welke voorwaarden eraan verbonden zijn. Evenmin ondersteunen ze het uitbreiden van onderzoeksbevindingen naar bredere uitspraken over vitamine C. De informatie in deze bronnen blijft beperkt tot de onderzoeken en hun eigen resultaten.

Zo blijft het onderscheid helder: een studie kan een verband rapporteren binnen een bepaalde onderzoeksgroep, terwijl een gezondheidsclaim een specifieke formulering en voorwaarden vereist. De EPIC-Norfolk-auteurs wijzen op de noodzaak van aanvullend onderzoek; de TEDDY-studie rapporteert geen consistente associatie voor de onderzochte uitkomsten. EPIC-Norfolk en TEDDY ondersteunen daarom alleen een beschrijving van hun eigen onderzoek en resultaten, niet een officiële claim of een ruimere belofte.

Vragen over vitamine C in voeding

Wat vertellen de studies over vitamine C in voeding?

De aangeleverde studies onderzoeken verbanden tussen vitamine C-inname en bepaalde onderzoeksuitkomsten. Ze vormen geen praktische voedingsgids: op basis hiervan kan niet worden vastgesteld welke voedingsmiddelen je het best kunt kiezen of hoeveel vitamine C je dagelijks uit voeding zou moeten halen. Ook bevatten de studies geen informatie van het Voedingscentrum. De EPIC-Norfolk-studie onderzocht volwassenen en spierkracht en lichamelijke prestaties; de TEDDY-studie onderzocht vitamine C-inname en uitkomsten rond eilandjesauto-immuniteit en type 1-diabetes bij kinderen. De resultaten beantwoorden dus niet rechtstreeks vragen over een dagelijks voedingspatroon.

Is meer vitamine C uit voeding altijd beter?

Deze studies bieden geen basis voor die algemene conclusie. In de EPIC-Norfolk-studie werden de voedingsinnames van volwassenen vergeleken in vijf groepen. Bij vrouwen waren sommige groepen met een hogere inname dan de laagste groep geassocieerd met snellere loopsnelheid of een kortere tijd voor de stoeltest. Voor mannen werd geen verband gevonden tussen vitamine C uit voeding en de onderzochte uitkomsten. De onderzoekers benadrukken dat het om een dwarsdoorsnedestudie gaat en dat longitudinaal en interventieonderzoek nodig is om de bevindingen verder te onderbouwen. Lees de studie over de EPIC-Norfolk-cohort.

De TEDDY-studie geeft evenmin een eenvoudige regel dat een hogere inname gunstiger is. De onderzoekers vonden geen consistent verband tussen vitamine C-inname en de onderzochte uitkomsten. Dat is geen praktische aanbeveling om de inname te verhogen of te verlagen; het beschrijft alleen de resultaten binnen deze studie. De TEDDY-studie volgde kinderen en onderzocht vitamine C-inname in relatie tot eilandjesauto-immuniteit en het verloop naar type 1-diabetes.

Welke voedingsmiddelen bevatten vitamine C?

De twee aangeleverde studies geven geen overzicht van voedingsmiddelen met vitamine C en vergelijken geen specifieke producten. Daarom kan op basis van deze bronnen niet worden aangegeven welke groenten, fruitsoorten of andere voedingsmiddelen vitamine C leveren, noch welke daarvan de beste keuze zijn. Voor een praktische lijst met voedingsmiddelen, porties of voedingsadviezen bieden deze studies geen onderbouwing. De EPIC-Norfolk-studie en de TEDDY-studie richten zich op verbanden tussen inname en onderzoeksuitkomsten, niet op een voedingsmiddelenlijst.

Wat zegt het Voedingscentrum over vitamine C in voeding?

In het aangeleverde bronnenmateriaal staat geen informatie van het Voedingscentrum. De studies kunnen daarom niet worden gebruikt om namens die organisatie voedingsadviezen of aanbevolen hoeveelheden te vermelden. De EPIC-Norfolk-studie beschrijft een verbandsonderzoek bij volwassenen, terwijl TEDDY de inname en bepaalde onderzoeksuitkomsten bij kinderen onderzocht. Geen van beide is een voedingsrichtlijn. Bron: EPIC-Norfolk-studie; bron: TEDDY-studie.

Kun je uit deze onderzoeken een dagelijkse hoeveelheid afleiden?

Nee. De gegevens die hier zijn aangeleverd, maken geen praktische aanbeveling voor een dagelijkse hoeveelheid mogelijk. In TEDDY bedroeg de gemiddelde vitamine C-inname 60,7 mg per 1000 kcal, met een standaarddeviatie van 38,8 mg per 1000 kcal. Dat is een onderzoeksbeschrijving van de deelnemers, geen aanbevolen hoeveelheid. De TEDDY-studie rapporteert deze cijfers in het kader van haar analyse. De EPIC-Norfolk-studie vergeleek innamegroepen, maar levert in de aangeleverde informatie evenmin een dagelijks voedingsadvies. Bron: EPIC-Norfolk-studie.

  • Kort samengevat: de bronnen onderzoeken vitamine C-inname en specifieke uitkomsten, maar geven geen praktische voedingsgids, lijst met vitamine C-rijke voedingsmiddelen of informatie van het Voedingscentrum. EPIC-Norfolk; TEDDY.

Veelgestelde vragen

Wat vertellen de studies over vitamine C in voeding?

Ze onderzochten verbanden tussen vitamine C-inname en specifieke uitkomsten. Ze zijn geen praktische voedingsgids en geven geen advies over voedingsmiddelen of dagelijkse innames.

Is meer vitamine C uit voeding altijd beter?

De studies geven geen basis voor die algemene conclusie. De bevindingen verschilden per onderzoeksgroep en uitkomst, en tonen geen oorzaak-gevolgrelatie aan.

Welke voedingsmiddelen bevatten vitamine C?

De beschikbare studies geven geen overzicht van voedingsmiddelen met vitamine C en vergelijken geen specifieke producten.

Kun je uit deze onderzoeken een dagelijkse hoeveelheid afleiden?

Nee. De studies stellen geen dagelijkse aanbeveling vast. De gemiddelde inname die in TEDDY werd gerapporteerd, beschrijft de deelnemers en is geen aanbevolen hoeveelheid.

Wat onderzocht de EPIC-Norfolk-studie?

De studie onderzocht verbanden tussen vitamine C-inname en -status enerzijds en spierkracht en lichamelijke prestaties anderzijds bij ruim 5.000 volwassenen.

Wat concludeerde de TEDDY-studie?

De onderzoekers concludeerden dat vitamine C-inname niet consistent samenhing met de onderzochte uitkomsten.

Bronnen

  1. Optimal Vitamin C Status is Associated with Better Physical Performance in Men and Women from the EPIC-Norfolk Cohort: A Cross-Sectional (externe link)
  2. Dietary vitamin C intake and the risk of islet autoimmunity and type 1 diabetes: The Environmental Determinants of Diabetes in the Young (externe link)

Lees meer

Producten gerelateerd aan dit artikel

Meer in Supplements