Ga naar inhoud

Zink in voedingsmiddelen: bronnen en beschikbaarheid

Gepubliceerd · Automatisch bron-gecontroleerd · Door Tigoo redaktionSupplements

Kort antwoord

Zink zit in dierlijke en plantaardige voedingsmiddelen, maar de beschikbare bronnen maken het niet mogelijk vast te stellen welk voedingsmiddel het meeste zink bevat of een vergelijkbare ranglijst op te stellen. De beschikbaarheid kan variëren door de voedingsmatrix en de verwerking. Het vermelde gehalte is daarom niet noodzakelijk gelijk aan de hoeveelheid die beschikbaar is.

Korte feiten

  • De voedingsmatrix kan de beschikbaarheid van zink beïnvloeden.
  • Fytaten kunnen de potentiële beschikbaarheid van zink in sommige plantaardige bronnen beïnvloeden.
  • Fermentatie, kieming en verhitting kunnen de potentiële beschikbaarheid veranderen.
  • De aangehaalde studies over tarwe en rijst betreffen specifieke producten en omstandigheden, niet alle voedingsmiddelen.
Zink in voedingsmiddelen: bronnen en beschikbaarheid

Zink in voedingsmiddelen: kort antwoord

Zink zit in dierlijke en plantaardige voedingsmiddelen, maar om bronnen te vergelijken volstaat het niet om alleen naar het aantal milligram in een voedingstabel te kijken. Ook van belang is hoeveel zink beschikbaar kan komen voor het lichaam: de voedingsmatrix en de bereiding kunnen de beschikbaarheid van het mineraal beïnvloeden. Een overzicht van dierlijke en plantaardige bronnen geeft aan dat dierlijke voedingsmiddelen over het algemeen een hogere uitgangsbiobeschikbaarheid hebben voor verschillende micronutriënten, waaronder zink. Fytaten en oxalaten behoren tot de onderzochte factoren die de beschikbaarheid in sommige plantaardige matrices kunnen beperken. Het overzicht over de biologische beschikbaarheid van voedingsstoffen benadrukt ook dat verwerking en voedselcombinaties hierin verandering kunnen brengen.

Dat betekent niet dat plantaardige bronnen moeten worden uitgesloten. Volgens hetzelfde overzicht kunnen technieken zoals fermentatie, kieming en verhitting de potentiële beschikbaarheid van voedingsstoffen in plantaardige matrices verbeteren. Bij de keuze van zinkhoudende voedingsmiddelen is het daarom zinvol om zowel naar de samenstelling als naar de bereiding te kijken, in plaats van af te gaan op één los cijfer. De vergelijking tussen dierlijke en plantaardige voedingsmiddelen benadrukt bovendien dat de mate waarin de voeding aan de behoeften voldoet, afhangt van het totale voedingspatroon en de bereidingswijzen.

Kortom: om het zink in voedingsmiddelen te beoordelen, tellen zowel de aanwezige hoeveelheid als het deel dat beschikbaar kan komen, afhankelijk van de voedingsmatrix en de bereiding. Het beschikbare overzicht helpt deze algemene verschillen te verklaren, maar bevat in de aangehaalde informatie geen vergelijkbare lijst van concrete voedingsmiddelen of hoeveelheden zink per portie. Daarom is hier niet vast te stellen welk voedingsmiddel het meeste bevat en kan er geen betrouwbare ranglijst worden opgesteld. Bekijk het overzicht van dierlijke en plantaardige bronnen.

Welke voedingsmiddelen leveren zink en hoe vergelijk je de hoeveelheden?

Om te weten hoeveel zink een bepaald voedingsmiddel levert, kun je het etiket of een betrouwbare tabel met de samenstelling van voedingsmiddelen raadplegen. Het cijfer moet betrekking hebben op de portie die daadwerkelijk wordt gegeten en, waar mogelijk, op het voedingsmiddel in de vorm waarin het wordt gegeten: vers, gekookt, ingeblikt of verwerkt. Waarden per 100 g vergelijken kan helpen om producten op dezelfde schaal te beoordelen, maar laat op zichzelf niet zien hoeveel zink een gebruikelijke portie levert.

De beschikbare bronnen voor dit artikel bevatten geen volledige tabel met vergelijkbare hoeveelheden per voedingsmiddel. Ze maken het daarom niet mogelijk vast te stellen welk voedingsmiddel het meeste zink bevat of geverifieerde lijsten van 10 of 20 zinkrijke voedingsmiddelen op te stellen. Om een misleidende rangschikking te voorkomen, is één los cijfer niet genoeg: er moet worden nagegaan of de voedingsmiddelen volgens dezelfde criteria zijn gemeten en of de eenheden, het eetbare deel en de bereidingswijze overeenkomen.

De hoeveelheid is niet het enige criterium

Het gehalte in een tabel beschrijft hoeveel zink het onderzochte voedingsmiddel bevat; dat is niet noodzakelijk de hoeveelheid die het lichaam opneemt. Een overzicht van verschillende voedselbronnen geeft aan dat de beschikbaarheid van mineralen kan variëren met de voedingsmatrix. Het benadrukt ook dat verwerking en combinaties binnen het voedingspatroon die beschikbaarheid kunnen beïnvloeden. Het noemt onder meer fermentatie, kieming en verhitting. Alleen de vermelde milligrammen vergelijken geeft daarom een onvolledig beeld en rechtvaardigt niet de conclusie dat alle voedingsmiddelen met dezelfde hoeveelheid zink dit op dezelfde manier beschikbaar stellen (overzicht over biologische beschikbaarheid en voedingsmatrices).

Waarop letten bij het vergelijken van etiketten of tabellen?

  • De eenheid: controleer of de waarde per 100 g, per portie of per verpakking is vermeld; vergelijk cijfers met verschillende grondslagen niet zonder ze om te rekenen.
  • De portie: een hoeveelheid per 100 g kan afwijken van wat normaal wordt geserveerd. Controleer de vermelde portiegrootte.
  • De toestand van het voedingsmiddel: controleer of de waarde betrekking heeft op het rauwe, gekookte of bereide product. Verwerking kan de samenstelling of de beschikbaarheid van mineralen veranderen (overzicht over voedingsmatrices en verwerking).
  • De bron: geef de voorkeur aan samenstellingstabellen met een duidelijke methode en aan etiketten van het specifieke product. Trek de waarde van één monster niet door naar een hele categorie.

Samengevat: gebruik bij het vergelijken van zinkhoudende voedingsmiddelen gegevens met gelijkwaardige eenheden en omstandigheden, en maak onderscheid tussen het vermelde gehalte en de beschikbaarheid. Zonder een uniforme, controleerbare tabel is het zorgvuldiger om ranglijsten of lange lijsten te vermijden dan om niet-verifieerbare hoeveelheden als definitief te presenteren.

Biologische beschikbaarheid: waarom milligrammen tellen niet volstaat

De vermelde hoeveelheid zink in een voedingsmiddel vertelt niet het hele verhaal: ook het aandeel dat beschikbaar kan zijn voor opname is van belang. Deze biologische beschikbaarheid kan variëren met de voedingsmatrix en de stoffen die samen met het mineraal aanwezig zijn. Een literatuuroverzicht geeft aan dat dierlijke voedingsmiddelen in het algemeen een hogere uitgangsbiobeschikbaarheid hebben dan plantaardige bronnen, deels doordat ze geen fytaten bevatten. Toch maakt dit één categorie voedingsmiddelen niet voor iedereen tot een betere keuze: plantaardige bronnen leveren ook vezels en fytonutriënten, en hun potentiële beschikbaarheid kan door bereiding veranderen. Het overzicht over biologische beschikbaarheid en voedingsmatrices

Fytaten, die voorkomen in plantaardige voedingsmiddelen zoals granen en peulvruchten, kunnen de potentiële beschikbaarheid van zink verminderen. Twee voedingsmiddelen met ongeveer evenveel van het mineraal hebben daarom niet noodzakelijk hetzelfde opnameprofiel. Beschouw de cijfers als een indicatie van het gehalte, niet als een exacte maat voor hoeveel zink iedere persoon zal opnemen. Ook de volledige voedingsmatrix, de verwerking en het totale voedingspatroon zijn van belang. Het overzicht over voedselbronnen en biologische beschikbaarheid

Sommige bereidingswijzen kunnen die potentiële beschikbaarheid veranderen. Het overzicht noemt fermentatie, kieming en verhitting als verwerkingstechnieken die haar in plantaardige matrices kunnen verbeteren. Dat maakt het echter niet mogelijk om voor ieder voedingsmiddel of iedere persoon een concreet resultaat te beloven. Het overzicht over verwerking en voedingsmatrices

Een studie naar met zink verrijkte tarwe biedt een specifiek voorbeeld. Toen het uitmalingspercentage van het meel afnam van 100 % tot 70 %, namen zowel het zinkgehalte als het gehalte aan fytinezuur af: in de onderzochte tarwelijnen daalden de concentraties met respectievelijk ongeveer 70 % en 79 %. De studie stelde ook vast dat het zinkgehalte bij de bereiding van busbrood en chapati niet afnam. Tijdens de verwerking daalde het gehalte aan fytinezuur, sterker in het busbrood, waarbij fermentatie een rol speelde. In dit product wezen ook de indicatoren op een hogere potentiële beschikbaarheid van mineralen. Dit zijn resultaten voor specifieke variëteiten en processen, geen regel waarmee de opname uit elk soort brood of graan kan worden voorspeld. De studie naar het malen en fermenteren van met zink verrijkte tarwe

  • Bij het vergelijken van voedingsmiddelen: maak onderscheid tussen het vermelde zinkgehalte en de potentiële beschikbaarheid; dat zijn niet dezelfde maten. Overzicht over biologische beschikbaarheid
  • Bij plantaardige bronnen: houd rekening met zowel de aanwezigheid van fytaten als de bijdrage aan vezels en fytonutriënten. Overzicht over voedingsmatrices
  • Bij het beoordelen van de bereiding: kieming, fermentatie en verhitting kunnen invloed hebben, maar de effecten hangen af van het voedingsmiddel en het proces. Overzicht over verwerkingstechnieken

Plantaardige bronnen, granen en voedselbereiding

Bij granen hangt het zinkgehalte niet alleen af van de korrel: ook het uitmalingspercentage van het meel en de verwerking spelen een rol. Een studie met 60 lijnen met zink verrijkte tarwe vergeleek meel met uitmalingspercentages van 100 %, 85 % en 70 % en gebruikte dit voor busbrood en chapati. In deze monsters verlaagde een vermindering van het uitmalingspercentage van 100 % naar 70 % de zinkconcentratie met ongeveer 70 %: van 49,14 naar 14,69 mg/kg. Ook het gehalte aan ijzer en fytinezuur daalde, maar in andere verhoudingen.[S7]

Fytinezuur kan zich in voedingsmiddelen aan mineralen binden. In dezelfde studie nam de hoeveelheid ervan tijdens de bereiding af, met een sterkere daling in het busbrood, waar fermentatie de afbraak bevorderde. Het busbrood had ook lagere molaire fytaatverhoudingen, een indicator voor de potentiële beschikbaarheid van mineralen. Deze resultaten beschrijven de onderzochte variëteiten, meelsoorten en processen: ze leveren geen universeel cijfer op voor alle soorten brood of graan en tonen niet aan dat elke fermentatie hetzelfde resultaat geeft.[S7]

Ook rijst is onderzocht na verrijking met zink. In een proef van 45 dagen met Wistar-ratten werd een dieet op basis van met zink verrijkte rijst vergeleken met een dieet op basis van gewone rijst. De gemeten zinkopname bedroeg 45,12 % in de groep met verrijkte rijst en 26,65 % in de groep met gewone rijst. De auteurs rapporteerden daarnaast een 2,3 keer zo hoge biologische beschikbaarheid in de eerste groep.[S8]

Omdat dit een dierstudie is, toont dit resultaat op zichzelf niet aan dat verrijkte rijst hetzelfde effect heeft bij mensen. Samen laten de aangehaalde onderzoeken zien dat zowel de kenmerken van het graan als de verwerking invloed kunnen hebben op metingen van het zinkgehalte en de potentiële beschikbaarheid. De cijfers hebben betrekking op de specifieke onderzochte producten en omstandigheden.[S8][S7]

Wat het bewijs zegt en welke conclusies de bronnen niet toelaten

De opgenomen bronnen bieden geen basis voor een universele ranglijst van voedingsmiddelen met het meeste zink, of voor de stelling dat een bepaald voedingsmiddel altijd de beste keuze is. De aanwezige hoeveelheid en het aandeel dat het lichaam kan benutten, zijn twee verschillende zaken. Een overzicht vergelijkt de biologische beschikbaarheid van zink uit dierlijke voedingsmiddelen en andere bronnen en wijst erop dat de voedingsmatrix en factoren zoals fytaten de beschikbaarheid kunnen beïnvloeden. Het beschrijft ook dat verwerking — bijvoorbeeld fermentatie of kieming — sommige van die factoren kan veranderen. Dit helpt bij de interpretatie van gegevens over voedingsmiddelen, maar maakt van geen enkele categorie een algemene aanbeveling voor iedereen. Het overzicht over biologische beschikbaarheid en voedingsmatrices

De onderzoeken naar tarwe en rijst beantwoorden specifiekere vragen: ze bestuderen gebiofortificeerde variëteiten, verwerkingsmethoden of specifieke experimentele omstandigheden. In het tarweonderzoek werden verschillende extractiegraden van meel en producten zoals brood en chapati vergeleken. Daarbij werden veranderingen in het zink- en fytinezuurgehalte waargenomen, evenals in indicatoren voor de potentiële beschikbaarheid. De schattingen zijn berekend binnen de context van tarweconsumptie in Pakistan en mogen niet zonder meer worden toegepast op andere voedingsmiddelen, eetpatronen of bevolkingsgroepen. Het onderzoek naar gebiofortificeerde en verwerkte tarwe

Bij rijst werd gewone rijst vergeleken met gebiofortificeerde rijst in een onderzoek met Wistar-ratten die er 45 dagen mee werden gevoerd. Het resultaat beschrijft die dierproef; op zichzelf toont het niet aan welk effect consumptie bij mensen zou hebben en biedt het geen basis voor algemeen advies over welke rijst te kiezen. Het experimentele onderzoek naar gebiofortificeerde rijst

Wat kan worden geconcludeerd — en wat niet

  • De bronnen maken duidelijk dat bij zink uit voedingsmiddelen niet alleen het gehalte telt: ook de matrix en de verwerking zijn relevant. Het vergelijkende overzicht
  • De bevindingen over tarwe en rijst hebben betrekking op specifieke producten, processen en omstandigheden. Ze volstaan niet om een definitieve lijst van ‘de 10’ of ‘de 20’ zinkrijkste voedingsmiddelen op te stellen. Het tarweonderzoek en het rijstonderzoek
  • Deze bronnen bieden geen basis om gezondheidsvoordelen toe te schrijven aan zink, specifieke voedingsmiddelen of supplementen. Ze onderbouwen evenmin toegestane gezondheidsclaims voor dit artikel.

Beperkingen bij het zoeken naar zinkrijke voedingsmiddelen

Zoeken naar ‘zinkrijke voedingsmiddelen’ lijkt een eenvoudige vergelijking, maar het zinkgehalte van een voedingsmiddel is niet hetzelfde als de hoeveelheid die het lichaam kan opnemen. De voedingsmatrix — het geheel van bestanddelen en eigenschappen van het voedingsmiddel — en de wisselwerking tussen voedingsstoffen beïnvloeden de beschikbaarheid van zink. Een literatuuroverzicht vergelijkt dierlijke en plantaardige voedingsmatrices en wijst erop dat fytaten de beschikbaarheid van zink uit plantaardige bronnen kunnen beïnvloeden. Het beschrijft ook hoe bepaalde verwerkingsmethoden, zoals fermentatie, kieming en warmtebehandeling, die beschikbaarheid kunnen veranderen. Een getal voor het zinkgehalte alleen zegt daarom niet hoeveel zink bij een bepaalde bereidingswijze beschikbaar zal zijn. Het overzicht over biologische beschikbaarheid en voedingsmatrices

Bovendien is het gehalte niet noodzakelijk gelijk bij producten van hetzelfde type. Het kan variëren naargelang het specifieke voedingsmiddel, de bereiding en de mate van verwerking. Een onderzocht voorbeeld is gebiofortificeerde tarwe: toen de extractiegraad van het meel van 100 % naar 70 % werd verlaagd, daalde het zinkgehalte in de onderzochte tarwelijnen met ongeveer 70 %. Bij de bereiding van brood en chapati daalden de gemeten zinkconcentraties daarentegen niet. Door de fermentatie van het brood nam het fytinezuurgehalte wel af en verbeterden indicatoren voor de potentiële beschikbaarheid. Deze resultaten hebben betrekking op de variëteiten en omstandigheden van het onderzoek, niet op alle tarweproducten op de markt. Het onderzoek naar het malen en fermenteren van gebiofortificeerde tarwe

De hier beschikbare bronnen bevatten geen volledige, onderling vergelijkbare tabel van voedingsmiddelen, porties en verwerkte producten. Daarom is niet precies vast te stellen welk voedingsmiddel het meeste zink bevat en kan er geen betrouwbare ranglijst van zinkrijke voedingsmiddelen worden opgesteld. Om getallen te vergelijken, zijn metingen volgens vergelijkbare criteria nodig, waarbij de portie en de toestand van het voedingsmiddel worden vermeld en onderscheid wordt gemaakt tussen het totale gehalte en de potentiële beschikbaarheid.

Hoe je voedingsmiddelen kiest en verrijkte producten beoordeelt

Bij de keuze van voedingsmiddelen met zink is het verstandig naar het voedingspatroon als geheel te kijken en niet naar één ingrediënt. Dierlijke en plantaardige bronnen verschillen in samenstelling en in de beschikbaarheid van zink. Bij plantaardige voedingsmiddelen kunnen de matrix en factoren zoals fytaten beïnvloeden hoeveel zink het lichaam kan benutten. Het beschikbare overzicht wijst er ook op dat bepaalde processen, zoals fermentatie, kieming en warmtebehandeling, die potentiële beschikbaarheid kunnen veranderen. Daarom is het nuttiger te kiezen voor variatie in bronnen en bereidingswijzen dan ervan uit te gaan dat het ene voedingsmiddel op basis van het vermelde gehalte altijd gelijkwaardig is aan het andere. Het overzicht over biologische beschikbaarheid en de voedingsmatrix

Waar je op het etiket op let

Bekijk bij een verpakt product de ingrediëntenlijst en de voedingswaarde-informatie om na te gaan of er zink wordt vermeld en in welke hoeveelheid per aangegeven portie of per 100 g. Controleer ook op welke portiegrootte het getal betrekking heeft: getallen zijn niet vergelijkbaar als ze op verschillende hoeveelheden slaan. Dat een product zink vermeldt, maakt het op zichzelf nog niet de meest geschikte keuze voor elke maaltijd. Beoordeel het ook aan de hand van de overige ingrediënten en de plaats die het inneemt in het gebruikelijke voedingspatroon.

Verrijking hangt zowel af van het gekozen voedingsmiddel als van de context waarin het wordt gegeten. Een overzicht over plantaardige voedingspatronen bij adolescenten beschrijft dat producten niet allemaal op dezelfde manier worden verrijkt. Een analyse van plantaardige vleesalternatieven vond een uiteenlopende samenstelling en wisselende hoeveelheden micronutriënten. Deze onderzoeken hebben betrekking op specifieke producten en groepen: hun resultaten bieden geen basis om van een hele categorie een persoonlijke aanbeveling te maken. Het overzicht over plantaardige voedingspatronen en verrijking en de analyse van plantaardige vleesalternatieven

Hoe je het bewijs over verrijkte voedingsmiddelen interpreteert

Ook het feit dat een voedingsmiddel gebiofortificeerd is, volstaat niet om te concluderen dat het bij iedereen hetzelfde resultaat zal hebben. Het aangehaalde onderzoek naar gebiofortificeerde rijst beoordeelde de beschikbaarheid van zink bij ratten die er 45 dagen mee werden gevoerd. De resultaten tonen geen gelijkwaardig effect bij mensen aan. Het onderzoek naar gebiofortificeerde rijst bij ratten

Ook modelanalyses en schattingen van de dekking binnen een bevolking beschrijven specifieke scenario’s of groepen, geen individuele aankoopadviezen. Het onderzoek naar gemodelleerde vervanging van producten en de analyse van voedingsmiddelen als drager voor verrijking in West-Afrika laten niet toe af te leiden welk product iemand moet kiezen. Gebruik om opties te vergelijken de gegevens op het etiket, houd rekening met variatie in voedingsmiddelen en trek geen conclusies voor andere situaties op basis van resultaten uit dierproeven, modellen of andere bevolkingsgroepen.

Veelgestelde vragen over zink in voedingsmiddelen

Welke voedingsmiddelen leveren zink?

De hoeveelheid zink in een voedingsmiddel is niet de enige relevante factor: ook hoeveel ervan het lichaam kan opnemen, is van belang. Een overzichtsstudie over de biologische beschikbaarheid van voedingsstoffen stelt dat zink uit dierlijke voedingsmiddelen over het algemeen beter biologisch beschikbaar is dan zink uit plantaardige bronnen. De opname hangt echter ook af van de samenstelling en verwerking van het voedingsmiddel. Daarom is het niet voldoende om voedingsmiddelen alleen op hun zinkgehalte te rangschikken om te weten hoeveel zink bij een bepaald voedingspatroon wordt opgenomen. De overzichtsstudie over biologische beschikbaarheid en voedingsbronnen

Welk voedingsmiddel bevat het meeste zink?

De hier beschikbare bronnen vergelijken het zinkgehalte van een brede reeks gangbare voedingsmiddelen niet. Daardoor kan niet met zekerheid één voedingsmiddel worden aangewezen als ‘het voedingsmiddel met het meeste zink’. Bovendien kunnen het zinkgehalte en de beschikbaarheid van het mineraal variëren per voedingsmiddel en bereidingswijze. Om specifieke producten te vergelijken, zijn gegevens over hun samenstelling nodig die volgens vergelijkbare criteria zijn gemeten. De beschikbare overzichtsstudie benadrukt dat zinkgehalte en biologische beschikbaarheid niet hetzelfde zijn. Meer informatie over het zinkgehalte en de biologische beschikbaarheid van zink

Welke voedingsmiddelen zijn rijk aan zink en magnesium?

De aangeleverde bronnen bevatten geen tabel waarin zowel zink als magnesium in voedingsmiddelen is gemeten. Ze maken het ook niet mogelijk om na te gaan welke voedingsmiddelen voor deze combinatie bovenaan staan. Een lijst met ‘voedingsmiddelen die rijk zijn aan zink en magnesium’ vraagt om specifieke gegevens over de samenstelling, in plaats van de aanname dat een voedingsmiddel veel van beide mineralen bevat. Het beschikbare bewijs voor dit artikel gaat over de biologische beschikbaarheid van zink en andere mineralen, maar biedt geen gezamenlijke rangschikking voor zink en magnesium. Reikwijdte van de overzichtsstudie over de biologische beschikbaarheid van mineralen

En voedingsmiddelen die rijk zijn aan zink en selenium?

Ook wordt hier geen vergelijking gegeven van zowel het zink- als het seleniumgehalte van voedingsmiddelen. Een gerangschikte lijst van bronnen die bijzonder rijk zijn aan beide mineralen, kan daarom niet worden bevestigd. De beschikbare bronnen laten zien dat de opname van zink onder meer afhangt van de samenstelling en verwerking van het voedingsmiddel, maar ondersteunen geen conclusies over combinaties van zink en selenium. Overzichtsstudie over zink, voedingsbronnen en biologische beschikbaarheid

Is er een betrouwbare lijst van 10 of 20 voedingsmiddelen die rijk zijn aan zink?

Het aantal voedingsmiddelen op een lijst garandeert niet dat de rangschikking op vergelijkbare gegevens berust. De bronnen voor dit artikel bevatten geen samenstellingstabel met 10 of 20 voedingsmiddelen en ook geen cijfers waarmee ze naar zinkgehalte kunnen worden gerangschikt. Daarnaast moet onderscheid worden gemaakt tussen de aanwezige hoeveelheid zink en de beschikbaarheid ervan: een overzichtsstudie beschrijft algemene verschillen tussen dierlijke en plantaardige bronnen en de invloed van verwerking en de samenstelling van voedingsmiddelen. Overzicht van het bewijs over de biologische beschikbaarheid van zink

Wordt zink uit voedingsmiddelen altijd even goed opgenomen?

Niet noodzakelijk. In een onderzoek naar met zink verrijkte tarwe veranderde de manier van malen de concentraties van zink en andere mineralen. De fermentatie van het brood verlaagde het fytinezuurgehalte en verbeterde bepaalde indicatoren voor de mogelijke beschikbaarheid van het mineraal. Dit resultaat geldt specifiek voor de onderzochte tarwevariëteiten en processen en is geen kwantitatieve regel die op elk voedingsmiddel kan worden toegepast. Onderzoek naar het malen en fermenteren van met zink verrijkte tarwe Een onderzoek bij ratten vond ook verschillen in beschikbaarheid tussen met zink verrijkte rijst en gewone rijst, maar de resultaten daarvan zijn op zichzelf niet voldoende om een algemene rangschikking voor de menselijke voeding op te stellen. Experimenteel onderzoek naar met zink verrijkte rijst

Wat betekent ‘zink 20’?

De zoekterm ‘zink 20’ wordt niet nader verklaard in de beschikbare bronnen. Daaruit blijkt niet of de term verwijst naar een hoeveelheid, een commercieel product of iets anders. Het zou daarom niet juist zijn om er een specifieke betekenis aan toe te kennen. Voor een precies antwoord is meer informatie nodig over de context van de zoekopdracht of het bedoelde product.

Welke zinkrijke voedingsmiddelen worden aanbevolen voor het haar?

De aangehaalde bronnen onderzoeken geen verband tussen zinkhoudende voedingsmiddelen en het haar. Ze bieden ook geen basis om te stellen dat één voedingsmiddel of een lijst van voedingsmiddelen een effect op het haar heeft. Ze geven wel informatie over voedingsbronnen van zink, de biologische beschikbaarheid ervan en de invloed van verwerking. Dat bewijs moet los worden gezien van uitspraken over effecten op het haar. Overzichtsstudie over zink en biologische beschikbaarheid uit voeding

Supplementen met de stoffen uit dit artikel

Vergelijk inhoud, dosis en prijs

Veelgestelde vragen

Welke voedingsmiddelen leveren zink?

Zink zit in dierlijke en plantaardige voedingsmiddelen. De beschikbaarheid kan variëren met de voedingsmatrix en de verwerking; de beschikbare bronnen bevatten geen volledige tabel met vergelijkbare voedingsmiddelen en hoeveelheden.

Welk voedingsmiddel bevat het meeste zink?

De aangehaalde bronnen maken het niet mogelijk één voedingsmiddel aan te wijzen als het voedingsmiddel met het meeste zink. Voor een vergelijking zijn samenstellingsgegevens nodig die volgens gelijkwaardige criteria zijn gemeten.

Wordt zink uit alle voedingsmiddelen even goed opgenomen?

Niet noodzakelijk. De voedingsmatrix en de bereiding kunnen de potentiële beschikbaarheid beïnvloeden. Het overzicht noemt fermentatie, kieming en verhitting als technieken die haar kunnen veranderen.

Is er een betrouwbare lijst van 10 of 20 zinkrijke voedingsmiddelen?

Niet op basis van de beschikbare bronnen: ze bevatten geen uniforme tabel waarmee die voedingsmiddelen op zinkgehalte kunnen worden gerangschikt. Daarbij moet ook onderscheid worden gemaakt tussen het vermelde gehalte en de potentiële beschikbaarheid.

Wat bleek uit de studie naar met zink verrijkte tarwe?

Bij de onderzochte tarwelijnen en processen verlaagde een vermindering van het uitmalingspercentage van het meel van 100 % naar 70 % het zinkgehalte met ongeveer 70 %. Deze resultaten gelden voor die monsters en beschrijven niet alle soorten brood of graan.

Kunnen uit de studie naar met zink verrijkte rijst conclusies voor mensen worden getrokken?

De studie vergeleek gedurende 45 dagen met zink verrijkte rijst met gewone rijst bij ratten. De resultaten beschrijven die dierproef en tonen op zichzelf geen gelijkwaardig resultaat bij mensen aan.

Bronnen

  1. Bioavailability of Nutrients from Animal-Derived Foods Versus Other Sources of Foods: A Comprehensive Literature Review. (externe link)
  2. Plant-Based Diets in Adolescence: Cardiometabolic Benefits, Developmental Risks, and the Role of Fortification. (externe link)
  3. Nutritional composition of plant-based meat alternatives and modeled implications for adult nutrient intake: a comparative analysis (externe link)
  4. Milling and fermentation influence mineral and phytic acid retention in zinc-biofortified wheat. (externe link)
  5. Consumption of Zinc Biofortified Rice Diet Improved Mineral Availability: An Approach to Address Micronutrient Malnutrition. (externe link)
  6. Diversified food fortification portfolios can enhance coverage of micronutrient-vulnerable populations in West Africa. (externe link)

Lees meer

Producten gerelateerd aan dit artikel

Meer in Supplements